Correlatie
Een sterke correlatie (of associatie) tussen twee variabelen betekent nog niet dat de verschijnselen, die door de beide variabelen worden gemeten, causaal of betekenisvol gerelateerd zijn.
Soms zijn correlaties toevallig. Vooral als het aantal waarnemingen klein is, kan dat gemakkelijk gebeuren. Omdat dit verschijnsel vaak vóórkomt en niet zelden tot foutieve conclusies leidt, zijn we van schijncorrelaties gaan spreken.
Voorbeeld. Een voorbeeld van een niet-causale correlatie is het verband tussen de omvang van de wereldbevolking en de afstand tussen de continenten Afrika en Zuid-Amerika. Beide nemen om geheel verschillende redenen toe. De positieve correlatie is echter zonder betekenis, er is geen causaal verband tussen de variabelen.
Soms is een waargenomen correlatie schijnbaar en verdwijnt deze bij controle voor een derde variabele.
Voorbeeld. In het eerste spreidingsdiagram hieronder lijkt er een positieve correlatie te bestaan tussen het geboortegewicht van het kind en de leeftijd van de moeder. Als we echter rekening houden met het aantal eerdere kinderen van de moeder, zoals in het tweede spreidingdiagram, dan is de correlatie tussen geboortegewicht en leeftijd binnen ieder van de drie groepen juist (zwak) negatief.

De zwak negatieve correlatie tussen geboortegewicht en leeftijd van de moeder bij controle voor het aantal eerdere kinderen wordt wel partiële correlatie genoemd. Een maat hiervoor is de partiële correlatiecoëfficiënt, die in de kennisbasis statistiek niet wordt behandeld.