Correlatiecoëfficiënten

Correlatie

Niet-lineaire samenhang

Pearson's correlatiecoëfficiënt

Spearman's rang-correlatiecoëfficiënt

Kendall's tau

Een correlatiecoëfficiënt geeft de richting en sterkte aan van de samenhang tussen twee variabelen. Correlatiecoëfficiënten kunnen waarden aannemen tussen -1 (een perfecte negatieve correlatie) en +1 (een perfecte positieve correlatie). Een waarde rond nul geeft aan dat de variabelen géén lineaire samenhang vertonen.

Een positieve correlatie betekent, dat een hoge waarde van de ene variabele gepaard gaat met een hoge waarde van de andere variabele. Bij een negatieve correlatie is het omgekeerde het geval: hoge uitkomsten op de ene variabele gaan gepaard met lage waarden op de andere.

Correlatiecoëfficiënten worden meestal aangeduid met de Griekse letter r als het om een populatiewaarde gaat en met de Latijnse letter r, als het om een steekproefwaarde gaat.

Pearson's correlatiecoëfficiënt is de meest gebruikte maat voor samenhang tussen continue variabelen. De toepassing van Pearson's correlatiecoëfficiënt veronderstelt, dat de samenhang lineair is.

De associatie tussen variabelen op ordinaal meetniveau wordt berekend met een rangcorrelatiecoëfficiënt. Daarvan zijn er twee: Spearman's rang-correlatiecoëfficiënt en Kendall's tau. Ordinale uitkomsten zijn geen getallen, maar rangordes. De voorwaarde van linearitieit van de samenhang heeft hier dus strikt genomen geen betekenis.

Een Pearson's correlatiecoëfficiënt gelijk aan nul wil niet zeggen, dat de variabelen onafhankelijk zijn. Er kan bijvoorbeeld een niet-lineaire samenhang zijn. Ook rangcorrelatiecoëfficiënten kunnen sommige vormen van associatie niet ontdekken.