Centrum en spreiding

Frequentieverdeling

Een verdeling wordt gekenmerkt door o.a. zijn centrum en zijn spreiding.

Het centrum geeft aan rond welke centrale waarde de uitkomsten liggen. Veel gebruikte centrummaten zijn het gemiddelde en de mediaan.

De spreiding geeft aan hoe ver de uitkomsten uit elkaar liggen. Als de uitkomsten dicht bij elkaar liggen is de spreiding klein, liggen ze ver uit elkaar dan is de spreiding groot. Bekende spreidingsmaten zijn de standaardafwijking, de interkwartielafstand en de variatiebreedte of range.

Voorbeeld In de grafiek is de verdeling van het IQ van leerlingen van het VWO vergeleken met die van leerlingen op een basisschool. Als de IQ's dicht bij elkaar liggen is de spreiding klein, liggen ze ver uit elkaar dan is de spreiding groot. Het centrum geeft aan rond welke centrale IQ-score de uitkomsten liggen.

De VWO-leerlingen hebben een gemiddeld IQ van 120. De spreiding is vrij klein, de uitkomsten liggen zo dicht bij elkaar dat een IQ kleiner dan 100 of groter dan 140 bijna niet vóórkomt. De variatiebreedte is ongeveer 50.

Op de basisschool is het gemiddelde IQ 100 en de spreiding veel groter: de variatiebreedte is daar ongeveer 80.



Quizz