Grafieken
In een cirkeldiagram (sectordiagram, eng. pie chart) wordt iedere waarde van een variabele toegewezen aan door een sector van een cirkel ('taartpunt'). Het oppervlak van de sector is evenredig met de frequentie van de betreffende uitkomst.
Een cirkeldiagram is, evenals een staafdiagram en een reepdiagram, geschikt voor variabelen met een beperkt aantal verschillende waarden, dus voor discrete variabelen. Als het aantal sectoren te groot wordt neemt de overzichtelijkheid en daarmee de informatieve waarde af. Er is geen volgorde in de cirkelsectoren. Daarom is het cirkeldiagram vooral bruikbaar voor uitkomsten op nominaal meetniveau.

Voorbeeld. Een bloembollenverkoper verkoopt 26 soorten bloembollen. De verschillende soorten zijn gesorteerd op de kleur van de bloem. In cirkeldiagram is de verdeling van de kleur van de verschillende bloemen af te lezen.
Omdat de oppervlakken van de sectoren moeilijk zijn om te zetten naar frequenties, is het noodzakelijk die frequenties in de grafiek te vermelden.