Gemiddelde
Als de uitkomsten continu en geclassificeerd zijn en bijvoorbeeld in een frequentietabel of in een histogram zijn samengevat, dan zijn de individuele uitkomsten niet beschikbaar. Het gemiddelde kan dan niet exact worden berekend. Een goede benadering berekenen we in dat geval met behulp van het klassenmidden en de daarmee verbonden frequentie. De formule is:

waarin x het klassenmidden en f de frequentie van de betrokken klasse is. Het totaal aantal uitkomsten is n.
Voorbeeld. Tien personen hebben een test afgelegd. In de frequentietabel is af te lezen hoeveel fouten zij gemaakt hebben. Het aantal gemaakte fouten is ingedeeld in drie (ongelijke) klassen. Wat is nu het gemiddeld aantal fouten?
De precieze gegevens zijn niet meer af te lezen uit de tabel. Daarom wordt eerst het klassenmidden bepaald. In de berekeningen wordt verder met dit klassenmidden gewerkt alsof het een uitkomst is.

Het klassenmidden wordt vervolgens vermenigvuldigd met de bijbehorende frequentie. Het gemiddelde is de som van alle uitkomsten gedeeld door het aantal uitkomsten, dus 20 /10 = 2. Gemiddeld maakte men 2 fouten.