Spreidingsmaten
De interkwartielafstand is het verschil tussen het eerste en het derde kwartiel.
Voorbeeld. In de tabel staan (geordend van laag naar hoog) de rondetijden in seconden van een schaatser op de 10 km.

Het eerste kwartiel is 36.9 (hoogstens 25% van de uitkomsten is kleiner dan 36.9 en hoogstens 75% van de uitkomsten is groterdan 36.9). Het derde kwartiel is 38.8. De interkwartielafstand is dus 38.8 - 36.9 = 1.9 seconden.
In een boxplot wordt de interkwartielafstand goed zichtbaar als het verschil tussen de waarden van de rechterzijde van de doos (het derde kwartiel) en die van de linkerzijde van de doos (het eerste kwartiel).

Om de kwartielen te bepalen moeten de uitkomsten eerst geordend worden. De interkwartielafstand is dus geschikt als spreidingsmaat voor variabelen, die op ordinaal of hoger niveau gemeten zijn.
De interkwartielafstand maakt alleen gebruik van het eerste en het derde kwartiel. Extreem hoge of lage uikomsten hebben geen invloed op de waarde van de kwartielen. De interkwartielafstand wordt dan ook een robuuste maat voor de spreiding van een verdeling genoemd. Bij scheve verdelingen verdient de interkwartielafstand daarom de voorkeur boven de standaardafwijking of de variatiebreedte.