Classificeren
Classificeren heeft tot doel de data overzichtelijker weer te geven. Het aantal klassen en de klassenbreedte bepalen de bruikbaarheid van de classificatie.
Het aantal klassen is ongeveer
n (n is het aantal waarnemingen). Minimaal moeten er 4 en maximaal mogen er 20 klassen zijn.
Klassenbreedte = variatiebreedte / aantal klassen. De variatiebreedte is het verschil tussen de grootste en de kleinste gevonden uitkomst. De klassenbreedte mag naar eigen inzicht en behoefte aangepast worden.
In de regel zijn klassen even breed. Als dit niet zo is, overweeg dan het gebruik van de frequentiedichtheid in plaats van de frequentie.
Kies ronde getallen voor de klassengrenzen (zeker bij continue uitkomsten).
Klassen moeten exclusief en uitputtend zijn. Exclusief wil zeggen, dat iedere uitkomst in slechts één klasse past. Uitputtend wil zeggen, dat iedere uitkomst in een klasse kan worden ingedeeld.