Spreidingsmaten
De standaardafwijking gedeeld door (de absolute waarde van) het gemiddelde, σ / | μ |, wordt relatieve standaardafwijking of variatiecoëfficiënt genoemd. Omdat σ en μ in dezelfde grootheden worden gemeten, is de variatiecoëfficiënt dimensieloos. Soms wordt de variatiecoëfficiënt met 100 vermenigvuldigd en dan in procenten uitgedrukt.
De variatiecoëfficiënt wordt vaak gebruikt om de spreiding van variabelen te vergelijken, die op verschillende schalen zijn gemeten. De variatiecoëfficiënt is alleen zinvol te gebruiken, als de uitkomsten òf allemaal positief òf allemaal negatief zijn.
Voorbeeld. De standaardafwijking van het gehalte aan morfine in tabletten van nominaal 20 mg morfine bedraagt 0.8 mg. De standaardafwijking van het gehalte aan acetosal in tabletten van nominaal 500 mg is 20 mg. De variatiecoëfficiënt (in procenten) bedraagt voor de morfine 100 x 0.8 / 20 = 4% en voor de acetosal 100 x 20 / 500 = 4%. De (relatieve) spreiding tussen de doseervormen is dus even groot.