Toetsrisico's en onderscheidingsvermogen
De vier verschillende situaties bij het toetsen en de bijbehorende kansen, dat die situaties zich voordoen, zijn in het diagram weergegeven.

De kansen α en β zijn de 'slechte' kansen. Het type I risico, α, als de nulhypothese waar is en desondanks wordt verworpen en het type II risico, β, als de nulhypothese onwaar is en desondanks niet wordt verworpen. De toets moet zo worden ontworpen, dat deze risico's beide zo klein mogelijk zijn.
De kansen 1 - α en 1 - β zijn de 'goede' kansen. De kans 1 - α, als de nulhypothese waar is en terecht niet wordt verworpen en het onderscheidingsvermogen, 1 - β, als de nulhypothese onwaar is de terecht wordt verworpen. De toets moet zo worden ontworpen, dat deze kansen beide zo groot mogelijk zijn.