Onderscheidingsvermogen

Toetsrisico's en onderscheidingsvermogen

Met het onderscheidingsvermogen (de Engelse term power wordt ook in Nederlandse teksten veel gebruikt) van een toetsprocedure wordt de kans aangeduid, dat de nulhypothese wordt verworpen, als de alternatieve hypothese waar is. Deze kans is gelijk aan 1- b, dus 1 minus het type II risico, dat de alternatieve hypothese ten onrechte wordt verworpen. Om het onderscheidingsvermogen te kunnen bepalen, moet de alternatieve hypothese nader gespecificeerd worden tot een enkelvoudige waarde:

H1: populatieparameter = alternatieve waarde

Het onderscheidingsvermogen heeft grote betekenis voor de interpretatie van het onderzoeksresultaat in twee situaties:

1. Voordat het onderzoek is uitgevoerd, is het onderscheidingsvermogen de kans op succes om een effect van een bepaalde grootte in dit onderzoek inderdaad aan te tonen.

2. Nadat het onderzoek is uitgevoerd en als de nulhypothese niet is verworpen, geeft het onderscheidingsvermogen de zekerheid, dat een effect van een bepaalde grootte inderdaad niet bestaat.

Het onderscheidingsvermogen moet uiteraard zo groot mogelijk zijn en dat kan op 3 manieren worden bereikt:

1. Een kleinere waarde voor de kritieke waarde, , kiezen. Dan wordt b kleiner en dus het onderscheidingsvermogen 1- b groter. Echter dan wordt ook a, het type I risico, groter.

2. Het onderscheidingsvermogen, 1- b, wordt ook groter, als het verschil tussen de nulhypothese en de alternatieve hypothese groter wordt. Helaas kunnen we dit verschil, het verwachte effect, niet naar believen groter maken.

3. Het onderscheidingsvermogen neemt ook toe, naarmate de spreiding van de waarnemingen kleiner is. Hieraan kunnen we iets doen, en wel