Verwerpen van de nulhypothese

Toetsingsprocedure in 7 stappen

Significantie versus relevantie

Als de nulhypothese bij de toetsingsprocedure wordt verworpen, betekent dit, dat er een redelijke zekerheid bestaat, dat de nulhypothese onjuist is en dat dus de alternatieve hypothese juist is.

De onzekerheid in deze uitspraak wordt gegeven door het significantieniveau, α. In concreto wil dit zeggen, dat, als de nulhypothese waar is, bij honderd keer toetsen op significantieniveau α = 0.05 gemiddeld 5 keer de onjuiste uitspraak wordt gedaan, dat de nulhypothese mag worden verworpen. In de wandeling zeggen we wel, dat de kans 0.05 is, dat we H0 ten onrechte verwerpen. Strikt genomen geldt dat alleen voor toekomstige toetsen, want de nulhypothese, die we al getoetst hebben is óf terecht, óf ten onrechte verworpen, alleen weten we niet welke van beide uitspraken juist was.

Als de nulhypothese niet wordt verworpen, wil dat niet zeggen, dat ze waar is, maar dat er onvoldoende bewijs is, dat ze onwaar is. De nulhypothese kan alleen gefalsifieerd worden, niet geverifieerd, zie werkhypothese.