Variabelen, waarden en uitkomsten
Een getal met veel decimalen kunnen we soms beter afronden. Afronden doen we vooral om de uitkomsten van metingen en berekeningen overzichtelijker te presenteren.
De precisie van een waarneming mag door afronden niet worden aangetast. De noodzakelijke precisie hangt op haar beurt ook af van het doel van de presentatie.
Voorbeeld. Met een nauwkeurig instrument kan de lichaamslengte van meneer X gemeten worden als 1.8347 meter, in zijn paspoort staat echter 1.83 meter en bij een onderzoek naar de dagelijkse variatie van de lichaamslengte is 1.835 meter misschien een betere weergave. Een centimeter meer of minder maakt voor het paspoort niet uit, maar voor onderzoek naar kleine dagelijkse variaties wel.
Afronden doen we door eerst het aantal decimalen te bepalen en dan naar boven of beneden af te ronden. Dus 1.8347 wordt op drie decimalen afgerond naar 1.835 en op twee decimalen naar 1.83 (en niet via 1.835 naar 1.84!).