Exploratief en inferentieel onderzoek

Empirisch wetenschappelijk onderzoek

Exploratief onderzoek heeft tot doel de werkelijkheid te verkennen om daarin wetmatigheden te ontdekken. De methode is inductief. Centraal staat de vraag: "Wat is er aan de hand?"

Inferentieel onderzoek toetst of wetenschappelijke hypothesen en theorieën al of niet in overeenstemming zijn met de werkelijkheid. Het Engelse werkwoord 'to infer' betekent 'concluderen'. Centraal staat nu de vraag: "Klopt mijn verklaring?"

Exploratief en inferentieel onderzoek vullen elkaar aan: de wetmatigheden, die bij exploratief onderzoek worden ontdekt, leiden tot een wetenschappelijke theorie en vervolgens tot hypothesen, die in inferentieel onderzoek worden getoetst op hun houdbaarheid. Dit wordt het hypothetisch-deductieve model van het wetenschappelijk onderzoek genoemd.

Voorbeeld. De systematische registratie van bijwerkingen van geneesmiddelen of van criminaliteitscijfers zijn voorbeelden van exploratief onderzoek. Dergelijk onderzoek kan leiden tot hypothesen als 'de derde generatie gebruiksters van de anticonceptiepil heeft een groter risico op trombose', of 'door de tweedeling in de maatschappij is de frequentie van openbaar geweld in het laatste decennium toegenomen'. Die hypothesen moeten vervolgens getoetst worden in inferentieel onderzoek. Het waargenomen effect kan immers ook een gevolg zijn van de methode van registratie, van toevalligheden, van foute interpretaties, enzovoort. In een goed opgezet inferentieel onderzoek worden dergelijke vertekeningen systematisch opgespoord en geëlimineerd.



Quizz