Methodologie van onderzoek
Inductie en deductie
Sir Karl Popper (1902-1994) was een van de belangrijkste wetenschapsfilosofen van de twintigste eeuw. Zijn twee meest bekende filosofische werken zijn "The Logic of Scientific Discovery" (1934) en "Conjectures and Refutations" (1963). Karakteristiek voor Popper is zijn filosofische behandeling van de problemen rond inductie en van het onderscheid tussen wetenschap en pseudo-wetenschap.

Popper beweerde dat er slechts problemen zijn en onze wens om die op te lossen; definitieve oplossingen zijn er niet. Wetenschappelijke theorieën kunnen niet worden geverifieerd, maar alleen worden verworpen. Een theorie of hypothese die zo is geformuleerd, dat zij niet door waarneming of experiment kan worden verworpen (falsifieerbaar is), is volgens Popper niet wetenschappelijk.
Popper stond een kritische wetenschappelijke ethiek voor, waarin het debat centraal staat. "Our knowledge can only be finite, while our ignorance must necessarily be infinite". De weinige kennis die we bezitten is hypothetische en dus onzekere kennis.