Controle
Voor storende factoren, die we niet kunnen meten of zelfs niet kennen, is het veel moeilijker te controleren. Vooral biologische onderzoeksobjecten, zoals mensen, dieren en planten verschillen van elkaar in talloze eigenschappen, zoals genetische aanleg, fysieke toestand of leefomgeving. Voorzover deze eigenschappen invloed hebben op de uitkomsten van het onderzoek, verminderen ze de betrouwbaarheiddaarvan. In veel gevallen kunnen we voor deze storende variabiliteit gedeeltelijk controleren door te randomiseren.
Het willekeurig toewijzen van onderzoeksobjecten aan de te vergelijken groepen wordt randomiseren genoemd. Het gevolg van randomiseren is, dat onbekende of niet gemeten storende factoren zoveel mogelijk gelijkelijk verdeeld worden over de groepen. Daardoor is hun gemiddelde effect op de uitkomst voor alle groepen gelijk.
Randomiseren is een vorm van controle vooraf. De groepen verschillen nu alleen nog in de experimentele condities of behandelingen waarvan we het effect willen inschatten.