Validiteit en betrouwbaarheid

Waarnemen

Schietoefening: een metafoor

Systematische en toevallige fouten

Spreidingsbronnen

Valide waarnemingen geven (gemiddeld) juiste uitkomsten. Uitkomsten zijn onjuist als zij bijvoorbeeld systematisch een te hoge of te lage waarde hebben, of als zij een andere eigenschap meten dan die welke was bedoeld. Bij onderzoek in een steekproef wordt de validiteit bepaald door een correcte manier van steekproeftrekking.

Voorbeeld. Een klok die achterloopt, geeft geen valide tijdmeting. Een thermometer moet goed geijkt zijn om valide waarnemingen te geven. Een pH-meter die temperatuurgevoelig is, meet behalve de zuurgraad ook (een beetje) de temperatuur en geeft dus geen valide uitkomsten. Wie een Nederlandstalige intelligentietest afneemt bij een Amerikaan, meet geen intelligentie maar taalkennis. Bij enquêtes wordt de validiteit vooral bepaald door een juiste en concrete vraagstelling. Op de vraag: "Wat vind je van dit TV-programma?" komen geen valide antwoorden, omdat niet wordt gepreciseerd welke aspecten zijn bedoeld: amusementswaarde, informatiegehalte, vormgeving, of nog iets anders.

Betrouwbaar zijn waarnemingen, die onder dezelfde omstandigheden herhaald, dezelfde uitkomst geven. Betrouwbare uitkomsten hebben weinig spreiding. De steekproefomvang bepaalt mede de betrouwbaarheid van een uitkomst.

Voorbeeld. Een pH-meter met een sterk fluctuerende millivoltmeter geeft onbetrouwbare uitkomsten. Een enquête geeft een onbetrouwbaar beeld van de levende opinies, als de steekproef klein is. Vooral als de meningen in de bevolking over het onderwerp van de enquête sterk uiteenlopen, zullen verschillende kleine steekproeven zeer uiteenlopende resultaten opleveren.

Validiteit en juistheid zijn min of meer synonieme termen. Betrouwbaarheid, precisie en reproduceerbaarheid ook.



Quizz