Waarnemen
Uitbijters
Uitbijter of niet?
Afronden
Door waarnemen wordt een eigenschap van een object gemeten of een kenmerk van een object vastgesteld. Eigenschappen of kenmerken worden ook variabelen genoemd. Een variabele kan diverse waarden aannemen. De verzameling van mogelijke waarden is het definitiegebied of de schaal van de variabele. De aktueel gemeten of vastgestelde waarde is de uitkomst. Het onderzoeksobject, waarop de waarneming of meting wordt gedaan, wordt ook wel statistische eenheid genoemd.
Variabelen worden ingedeeld naar type variabele en meetniveau op basis van de waarden die zij kunnen aannemen.
Voorbeeld. We meten de zuurgraad van het bloed van een patiënt en krijgen als uitkomst de waarde 7.21 pH-eenheden. We spreken van de variabele 'zuurgraad' van de statistische eenheid 'bloed van de patiënt'.
Voorbeeld. De antwoorden op de vragen in een enquête zijn uitkomsten, die vaak scores worden genoemd.
Voorbeeld. We tellen de doden bij een aardbeving en krijgen als uitkomst het aantal 1269. De mogelijke waarden van de variabele 'dodental' ligt bij een aardbeving tussen nul en een zeer groot getal. De uitkomst bij deze aardbeving was 1269 doden. De aardbevingen zijn hier de statistische eenheden.
Voorbeeld. De waarden, die een dobbelsteenworp kan opleveren zijn 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ogen. Het bijzondere van de variabele 'het aantal ogen van de worp', is dat bij iedere waarde de kans van optreden kan worden gegeven. In dit geval is die kans een zesde. Zo'n variabele wordt een kansvariabele genoemd.