Werkhypothese

Hypothetisch-deductieve model

Een werkhypothese of onderzoeksvraag wordt afgeleid (deductie) uit een wetenschappelijke theorie. Een hypothese wordt zodanig verwoord, dat ze in een geschikte onderzoeksopzet toetsbaar is, dat wil zeggen verworpen kan worden. Popper noemt zo'n hypothese falsifieerbaar.

Omdat het bij wetenschappelijk onderzoek draait om het verbeteren van theorieën, is een hypothese waardevoller, naarmate de kans, dat zij wordt verworpen groter is. Popper noemt deze eigenschap van een hypothese zijn empirische inhoud (eng. empirical content).

Een hypothese, die moeilijk te falsifiëren is, heeft weinig empirische inhoud. Wetenschappelijk gezien is zo'n hypothese niet interessant, omdat onderzoek ernaar hoogstwaarschijnlijk leidt tot een bevestiging van de theorie. En daar is het niet om begonnen, want hoe vaak je een theorie ook bevestigt, 'bewijzen' kun je haar toch niet. Een theorie kan alleen maar (geheel of ten dele) worden verworpen.

In een onderzoekshypothese worden abstracte concepten uit de theorie, die niet direct meetbaar zijn, geoperationaliseerd. Operationaliseren wil zeggen: concreet formuleren en als meetbare grootheid definiëren.

Voorbeeld. De 'kwaliteit van leven' van gehandicapte mensen zou je bijvoorbeeld kunnen operationaliseren door hen te vragen hoeveel contacten zij hebben met andere mensen, hoe vaak zij buitenshuis zijn, of door hen direct te vragen naar hun tevredenheid met het leven en hoe zij hun beperkingen ervaren.



Quizz