Kans en kansexperiment
Wat is de kans op het gooien van een 5 of hoger met een dobbelsteen?
We kunnen de volgende redenering opzetten. Als de dobbelsteen zuiver symmetrisch is met het zwaartepunt precies in het midden, zijn alle zes de uitkomsten {1, 2, 3, 4, 5, 6} even waarschijnlijk. Geven we nu de kans op het optreden van ieder van de uitkomsten de waarde 1/6, dan is de som van alle kansen gelijk aan één. De kans op het optreden van ofwel een 5, dan wel een 6 is dan gelijk aan P(X
5) = 2 x 1/6 = 1/3.
De betekenis, die we aan het concept kans hechten is volgens dit model louter intuïtief. Het kansexperiment met de dobbelsteen is eigenlijk geen echt experiment, maar een model, dat onze intuïtie ondersteunt. De definitie van kans is bovendien tautologisch: we hebben immers eerst alle uitkomsten 'even waarschijnlijk' genoemd en hebben daarvan gebruik gemaakt om 'kans' te definiëren.
Het intuïtieve kansmodel, hoe onlogisch ook, sluit goed aan bij het omgaan met kansen in de dagelijkse praktijk. Kansen op winst en risico's op ongevallen zijn belangrijke overwegingen, die ons handelen bepalen, terwijl het in de meeste gevallen onmogelijk is die kansen en risico's empirisch te bepalen of te verifiëren.