Kans en kansexperiment
Voor de kansrekening belangrijke theoretische kansexperimenten zijn bijvoorbeeld het werpen met een dobbelsteen of een muntstuk. Daarbij gaat het niet om de practische uitvoering, maar om het gedachtenexperiment van het werpen met een (ideale) dobbelsteen of munt.
In de werkelijkheid hebben we te maken met practische kansexperimenten als het geboren worden van een jongen of een meisje, het aantal verkeersongelukken per maand op een bepaald weggedeelte, de meting van het IQ bij kinderen in groep 4, of het optreden van onweer op 21 juni in De Bilt.

Merk op dat bij één kansexperiment meerdere uitkomstenruimtes kunnen horen. Dit hangt af van de kansvariabele, waarin we geïnteresseerd zijn, en van wat er is gemeten.