Uitkomst en uitkomstenruimte
De vereniging van twee gebeurtenissen, bevat alle uitkomsten, die tot één van beide gebeurtenissen of tot beide behoren. De vereniging van de gebeurtenissen A en B wordt aangeduid met A
B, uitgesproken als A óf B.
Als de gebeurtenissen disjunct zijn, dus als de doorsnede van A en B leeg is, wordt de vereniging A
B verkregen door de uitkomsten van A aan die van B toe te voegen.
Voorbeeld. De vereniging van de gebeurtenissen 'het gooien van 5 ogen' en 'het gooien van 6 ogen' met een dobbelsteen is 'het gooien van 5 of 6 ogen'. De gebeurtenissen zijn disjunct (sluiten elkaar uit), want je kunt niet tegelijk een 5 en een 6 gooien.
Veelal zijn de gebeurtenissen niet disjunct, en is dus de doorsnede van A en B niet leeg. In dat geval wordt A
B verkregen door uitkomsten van A toe te voegen aan die van B en de (dubbel getelde) uitkomsten in de doorsnede A
B één keer te verwijderen.

Voorbeeld. De vereniging van de gebeurtenissen 'het gooien van 5 of meer ogen' en 'het gooien van een oneven aantal ogen' is 1, 3, 5 of 6 ogen. De eerste gebeurtenis is A = {5, 6}, de tweede is B = {1, 3, 5} en A
B = {5, 6} plus {1, 3, 5} - minus eenmaal de doorsnede {5} is {1, 3, 5, 6}. De doorsnede van beide gebeurtenissen, 5 ogen, mag dus slechts eenmaal in de vereniging vóórkomen. De animatie brengt dit in beeld.