Steekproeftrekking
Selectie door nonrespons
Selectie door uitval van patiënten
Selectie bij de randomisatie
Een steekproef is representatief, als hij aselect is getrokken. Dat wil zeggen, dat alle elementen in de populatie een gelijke kans moeten hebben gehad om in de steekproef terecht te komen. Dit is de formele definitie van aselect(heid), de practische uitvoering van het trekken van een steekproef kan per geval sterk verschillen.
In een gedachtenexperiment kan een aselecte steekproef worden verkregen door alle elementen van een populatie een (uniek) nummer te geven. Uit de lijst met alle nummers worden er vervolgens een aantal op willekeurige wijze, bijvoorbeeld door loting, gekozen. Daarbij wordt ervoor gezorgd, dat ieder van de uitgedeelde nummers een even grote kans heeft om te worden gekozen. Dit gedachtenexperiment wordt zelden zo in de praktijk gebracht, maar het geeft wel aan waar het om gaat bij het trekken van een aselecte steekproef: alle elementen in de populatie moeten een gelijke kans hebben.
Een steekproef die niet aselect is getrokken kan selectiebias tot gevolg hebben, dat wil zeggen, dat de steekproefuitkomsten een systematische fout vertonen vergeleken met de overeenkomstige populatiewaarden.
Er zijn meer gecompliceerde manieren om steekproeven te trekken, waarbij de eis van aselectheid niet onverkort geldt, zie enkelvoudige en samengestelde steekproeven.