Correctie voor nonrespons

Selectie door nonrespons

Correctie voor nonrespons is tweede keus: maatregelen ter verbetering van de respons zijn meestal effectiever.

Vragenlijsten bevatten bijna altijd een reeks vragen naar de demografische gegevens en achtergrondkenmerken van de respondent. Deze variabelen, zoals leeftijd, geslacht, woonbuurt, opleiding, inkomenscategorie en dergelijke, kunnen worden gebruikt om achteraf (posthoc) eventuele selectie op te sporen en voor systematische vertekening te corrigeren.

Daartoe worden de scores op deze variabelen vergeleken met de overeenkomstige populatiegegevens. Als de onderzoekspopulatie de gehele Nederlandse bevolking is, kunnen deze komen uit algemene bevolkingsgegevens van bijvoorbeeld het CBS. Vaker zal de onderzoekspopulatie beperkter zijn en zullen de populatiegegevens uit ander onderzoek (bijvoorbeeld patiëntenregistraties), uit de personeelsadministratie (bijvoorbeeld bij een bedrijfsenquête) of uit eerder onderzoek bij dezelfde populatie moeten komen.

Het is van belang de vragen over algemene demografische en achtergrondkenmerken in een vragenlijst af te stemmen op toekomstig gebruik bij correcties voor eventueel opgetreden selectie. Aanvullende gegevens kunnen ook door de enquêteurs worden verzameld (bijvoorbeeld buurtkenmerken). De enquêteurs kan ook gevraagd worden bepaalde kenmerken van de nonrespondenten te noteren. Dit laatste kan ook de vorm hebben van een apart nonrespons-onderzoek, waarbij de nonrespondenten achteraf nog eens benaderd worden met het verzoek een klein aantal algemene vragen te beantwoorden. Hierbij kan bijvoorbeeld ook een voor het survey-onderzoek centrale vraag worden gesteld, waarmee de resultaten kunnen worden gewogen. De vraag of dit lukt en of een dergelijk onderzoek niet ook zelf weer selectief is, is niet eenvoudig te beantwoorden.

De steekproef van respondenten is in feite een gestratificeerde steekproef met dien verstande dat de samenstelling ervan niet vooraf gepland is, maar achteraf is ontstaan: een survey is in essentie een observationeel onderzoek.

De correctiemethoden berusten op het principe van weging van de verkregen frequenties van de scores (zie het voorbeeld bij gestratificeerde steekproef), maar kunnen ook geavanceerder zijn (multilevel-analyse).