Steekproefgrootheden
Bij herhaling van de steekproeftrekking komen er bij iedere trekking andere elementen uit de populatie in de steekproef terecht. Dat verschijnsel wordt steekproefvariabiliteit genoemd. Het gevolg is, dat ook de uit de steekproefuitkomsten berekende steekproefgrootheden variabel zijn. Een steekproefgrootheid is dus een kansvariabele en heeft evenals een enkelvoudige stochastische waarneming een kansverdeling.
De kansverdeling van een steekproefgrootheid wordt bepaald door het type variabele (discreet, continu), door de steekproefomvang en door de functie, waarmee de steekproefgrootheid is berekend. Als de steekproef klein is kunnen allerlei kansverdelingen vóórkomen, maar naarmate de steekproefomvang toeneemt, nadert de verdeling van bijna iedere steekproefgrootheid in de limiet tot de normale verdeling. Deze eigenschap van steekproefgrootheden van grote steekproeven wordt de centrale limietstelling genoemd.
De kansverdelingen van de afzonderlijke steekproefgrootheden en hun parameters (verwachtingswaarden) worden bij de afzonderlijke puntschatters behandeld.
De kansverdeling van de steekproefgrootheden wordt soms steekproefverdeling (eng. sampling distribution) genoemd. Deze term is niet geheel ondubbelzinnig: het gaat niet om de verdeling van de uitkomsten in de steekproef, maar om de (kans)verdeling van de waarden van de steekproefgrootheid in meerdere steekproeven uit dezelfde populatie.