Aselectheid
Nonrespons bij enquêtes
Correctie voor nonrespons
Als mensen gevraagd wordt om mee te werken aan een onderzoek, zal meestal een zeker percentage van de betrokken proefpersonen, ondervraagden of patiënten om diverse redenen niet aan het onderzoek kunnen of willen deelnemen. Sommigen weigeren, al of niet gemotiveerd, aan het onderzoek mee te doen, anderen zijn op het moment van het onderzoek niet bereikbaar en weer anderen zijn niet in staat mee te doen, bijvoorbeeld wegens ziekte.
Dit verschijnsel wordt nonrespons genoemd. Het percentage non-respons kan zeer gering zijn (bijvoorbeeld bij zeer gemotiveerde patiënten), maar kan ook hoog zijn (bijvoorbeeld bij schriftelijk enquêteren vaak minder dan 50%). Nonrespons kan ernstige selectie veroorzaken.
Voorbeeld. Ouderen hebben minder belang bij naschoolse kinderopvang dan jongeren. Bij een enquête over dat onderwerp zullen zij dus wellicht vaker niet responderen. Ouderen zijn dan ondervertegenwoordigd in de steekproef, hetgeen het onderzoeksresultaat kan vertekenen, als zij over naschoolse opvang andere opinies hebben dan jongeren.

Niet iedere nonrespons hoeft tot een vertekening van het onderzoeksresultaat te leiden. Dat is alleen zo, als de uitkomstvariabele samenhangt met de variabele die de (non)respons van de verschillende proefpersonen bepaalt.
Voorbeeld. Telefonische enquêtes worden meestal in de vroege avonduren gehouden, omdat dan de meeste mensen thuis zijn. Dit sluit bepaalde groepen uit bijvoorbeeld avondwerkers. Als het onderwerp de verhoging van de energieprijzen is, dan is selectie minder waarschijnlijk. Het is niet erg aannemelijk dat avondwerkers daar andere ideeën over hebben dan mensen die overdag werken.