Selectie bij de randomisatie

Aselectheid

Hoewel randomisatie juist de bedoeling heeft om diverse vormen van selectie te voorkómen, kan de randomisatie-procedure zelf toch onbedoeld selectie veroorzaken.

Voorbeeld. Voorafgaande aan een vergelijkende dierproef worden 20 muizen in 2 groepen van 10 verdeeld. De onderzoeker heeft een kooi met 20 muizen. Hij pakt stuk voor stuk 10 muizen uit de kooi en zet die in een tweede kooi. Deze procedure kan tot selectie leiden, omdat de tweede kooi vooral de langzame muizen bevat, die zich gemakkelijk laten vangen. Als de uitkomst van het dierexperiment iets te maken heeft met de alertheid of de vitaliteit van de muizen, kan deze selectie tot niet-valide resultaten leiden.

Een vergelijkbare situatie kan optreden bij het samenstellen van een enkele steekproef, die bijvoorbeeld gebruikt wordt bij de controle aan een productielijn.

Voorbeeld. Door een technische fout vult een machine één op de 10 flesjes met een intraveneus infuus niet volledig uit. Als we steeds precies het 10de flesje in de rij controleren bestaat er een kans van 90%, dat we nooit een enkele fout vinden en een kans van 10%, dat we vinden, dat alle flesjes in de steekproef onvolledig uitgevuld zijn. In beide gevallen wordt een verkeerd beeld verkregen van de werkelijke situatie in de productie-batch, waarin 10% van de flesjes infuus niet aan de norm voldoet.



Quizz