Steekproeftrekking

Populatie en steekproef

Generaliseerbaarheid

Aselectheid

Enkelvoudige en samengestelde steekproeven

Het samenstellen van een deelverzameling van onderzoeksobjecten uit een te onderzoeken populatie wordt steekproeftrekking genoemd. De procedure van de steekproeftrekking is onderdeel van de onderzoeksopzet. De resulterende steekproef moet representatief en betrouwbaar zijn.

Een representatieve steekproef is een afspiegeling van de populatie waaruit hij is getrokken. De waarnemingen in de steekproef representeren (vertegenwoordigen) de eigenschappen van alle elementen in de hele populatie. Als dit het geval is, zijn de resultaten van het steekproefonderzoek generaliseerbaar naar de populatie. Het onderzoek is dan voor wat betreft de steekproeftrekking valide.

Behalve representatief moet een steekproef ook betrouwbaar zijn. Een steekproef is betrouwbaar, als bij herhaling van de steekproeftrekking (globaal) dezelfde resultaten worden verkregen. De variabiliteit van de uitkomsten in achtereenvolgende steekproeven hangt onder andere af van de variabiliteit in de populatie en van de betrouwbaarheid van de waarnemingsmethode. Voor wat de steekproeftrekking betreft wordt de betrouwbaarheid van een steekproef bepaald door de steekproefomvang.

Een kernbegrip bij steekproeftrekking is aselectheid. Een steekproef (of deelsteekproef bij samengestelde steekproeven) behoort aselect te zijn, dat wil zeggen, alle elementen in de (deel)populatie moeten een gelijke kans hebben om in de steekproef terecht te komen. Selectie ontstaat als de procedure van de steekproeftrekking tegen dit principe zondigt. Ieder onderzoek vraagt om een andere opzet van de steekproeftrekking. Veel vóórkomende selectiemechanismen bij de steekproeftrekking zijn:



Quizz